Spanners - Lasiocampidae

Spanners (Geometridae)

Niet alle families van vlinders worden genoemd naar het uiterlijk van de volwassen dieren (imago genoemd). Voordat een vlinder imago wordt, is hij eerst eitje, dan rups (zo noemen we alle vlinderlarven, dan pop en pas uit die pop komt de vlinder. Omdat sommige rupsen nogal merkwaardig zijn, heeft men een aantal vlinderfamilies naar die rupsen genoemd. Dat geldt ook voor de spanners. De rupsen kunnen hun lijf vaak strak gespannen houden en lijken dan sprekend op het een of andere takje. De familie wordt ook wel aangeduid met de naam "meters". Dat blijkt ook uit de Latijnse en Engelse naam. Omdat de rupsen maar weinig buikschuivers hebben bewegen ze zich op een typische manier voort: Het achterste stukje wordt vlak achter de kop geplaatst. De krachtige schuivers net onder de staart houden dan het oppervlak vast en het dier zit in een soort van lus. Daarna laten de voorpoten los en wordt het voorste gedeelte verplaatst, net zo lang tot de rups helemaal strak staat. Het lijkt er eigenlijk op of het diertje iets aan het meten is, vandaar die naam. De volwassen vlinders zitten bijna altijd met de vleugels recht van het lichaam af. De spanners vormen een zeer grote nachtvlinderfamilie, waarvan een aantal soorten zelfs in zachte winters vliegt.

Lieveling - Timandra comae

Voorvleugellengte: 15-18 mm. Gemakkelijk te herkennen aan de rozerode of roodachtig bruine diagonale lijn die vanuit de vleugelpunt schuin over de voorvleugel naar de binnenrand loopt en doorloopt over de achtervleugel. Ook de helder rozerode achterrand van de vleugels is kenmerkend. De grondkleur van de vleugels is roomkleurig bruin met een variabele zeer fijne donkere spikkeling. De achtervleugel heeft halverwege de achterrand een duidelijke punt. De rozerode tinten kunnen in de loop van de vliegtijd verbleken waardoor het bruin gaat overheersen; de tekening varieert weinig. Zeer zelden worden donkerbruine of purperachtig zwarte exemplaren waargenomen. Exemplaren van de eerste generatie zijn groter dan die van de tweede generatie; vlinders van de derde generatie zijn witter met een grovere lieveling

Tot 23 mm; lichaam roodachtig bruin tot grijs met een donkere, chevron-achtige tekening over de rug; lichaam achter de kop gezwollen, waardoor in rust een 'cobra-achtig' uiterlijk ontstaat; kop bruin.

Gewone Bandspanner - Eppirhoe alternata

Voorvleugellengte: 13-14 mm. Deze spanner is ondanks de tamelijk grote variatie over het algemeen goed herkenbaar. Over de voorvleugel loopt een patroon van donkergrijze en bruinachtig grijze banden. De donkerste en enigszins onregelmatige middenband heeft aan de buitenzijde één duidelijk uitstekende vrij stompe punt. Door het midden van de witte banden aan weerskanten van de middenband loopt een dunne grijze lijn. De buitenste witte band en de buitenste donkere band lopen duidelijk door over de achtervleugel; de andere banden doen dat veel vager.

Kortrijk - Venning

22-05-2018

Kortrijk - Venning

22-05-2018

De streepblokspanner (Aplocera plagiata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners. Met een spanwijdte van 37 tot 43 millimeter is het een van de grotere vlinders uit deze familie.

Waardplanten van de streepblokspannerrups zijn soorten uit het geslacht hertshooi, met name Sint-Janskruid.

De vlinder vliegt in twee, soms drie, generaties per jaar. De eerste generatie van mei tot juli en de tweede in augustus tot halverwege oktober.

De streepblokspanner komt voor in het gehele Palearctisch gebied. In Nederland en België is hij zeldzaam.

Kortrijk - Venning

08-06-2018

De bruine grijsbandspanner (Cabera exanthemata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners. De spanwijdte varieert van 30 tot 35 millimeter. De soort overwintert als pop in de strooisellaag. De imago lijkt veel op de witte grijsbandspanner, maar die is vaak witter en heeft geen geelbruine maar grijze dwarslijnen die ook rechter zijn.

De bruine grijsbandspanner komt voor in het Palearctisch gebied.

Maak jouw eigen website met JouwWeb