Uilen - Noctuidae

Uilen zijn stevig gebouwde nachtvlinders met de voorvleugels gewoonlijk somber en cryptisch gekleurd en de achtervleugels dikwijls opvallend getekend en gekleurd. Voorvleugels kennen 3 opvallende vlekken: de ronde (ring)vlek bij het midden, de niervlek meer naar buiten toe en de lange, knotsvormige tapvlek dichter bij de achterrand. In rust worden de vleugels dakvormig gevouwen.

De uilen zijn met meer dan 450 soorten de grootste vlindergroep in Nederland en Belgi�. Wereldwijd zijn er meer dan 30.000 soorten beschreven.

Kooluil - Mamestra brassicae

Voorvleugellengte: 14-22 mm. Opvallend is de krijtwitte omtrek van de niervlek; onderaan de binnenrand van de niervlek liggen twee kleine witte vlekjes. Ook kenmerkend is de witachtige binnenrand van de golflijn met in het midden een witachtige W. De voorvleugel is doorgaans bruinachtig donkergrijs met lichtere bruine vlekken; soms is de grondkleur meer zwartachtig of juist lichter van kleur. Er is weinig variatie in tekening.

 

Kenmerken rups

Tot 45 mm; lichaam verieert in kleur van bruin tot grijsachtig groen; langs de rug twee rijen zwarte vlekken, die zich op segment elf tot een zwarte, wigvormige vlek verenigen; langs de spiracula een brede, oranje, okerkleurig gele of lichtgroene lengteband; kop bleek geelachtig bruin of donkerbruin met lichtere tekening. De jonge rupsen zijn groen met gele ringen tussen de segmenten.

Gamma-uil - Autographe gamma

De gamma-uil is een heel gewone trekvlinder uit het Middellandse Zeegebied, die zowel overdag als 's nachts vliegt.  

Voorvleugellengte: 13-21 mm. Net als de verwante soorten houdt deze uil in rust de vleugels dakvormig omhoog. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif en verder naar achteren zijn twee kleinere kuifjes zichtbaar. De voorvleugel is bruin en grijs gemarmerd en heeft soms een paarsachtige tint. Aan de buitenzijde van de buitenste dwarslijn bevindt zich een breed naar de binnenrand uitlopende licht gekleurde veeg. Het belangrijkste kenmerk is de opvallende zilverkleurige ongebroken Y-vormige vlek in het midden van de voorvleugel. Zowel de grootte van de vlinder als de kleur van de voorvleugel kunnen sterk variëren.

 

Kenmerken rups

Tot 25 mm; een 'semi-spanrups' met slechts drie paar buikpoten; lichaam varieert in kleur van geelachtig groen tot blauwachtig groen of donker groenachtig grijs; de rug heeft een tekening van fijne witte streepjes en ringetjes en over de spiracula loopt een witte of geelachtige lengteband; kop gewoonlijk groen met aan weerszijden een karakteristieke zwarte streep, die echter ook kan ontbreken, terwijl de kop ook geheel zwart kan zijn.